| Je "Leadership Pipeline" in tijden van crisis en een alternatieve management development aanpak |
In de afgelopen weken bladerde ik door de variëteit van zeer recente Talent Management onderzoeksrapporten van het Human Capital Institute (2009). Eén resultaat bleef bij mij hangen, namelijk dat 30 % van de ‘potentials’ teleurstellen wanneer ze gepromoveerd worden naar leidinggevende of eerstvolgende leidinggevende posities. En dit ondanks de ondersteunende systemen en processen, zoals het hanteren van strenge selectiecriteria en assessment technieken, het investeren in zelfonderzoek via de uitbouw van een self-assessment instrumentarium, het investeren in coaching en mentoring, een duidelijke afgebakende management accountability naar talent ontwikkeling, het uitbouwen van ‘leadership’ programma’s, het investeren in ‘talent reviews’ en opvolgingsplanning, en noem maar op. Ik stel mij trouwens de vraag of dit ‘mislukkingspercentage’ zelfs niet hoger zal liggen in tijden van crisis ? Je kunt immers verwachten dat een aantal vaardigheden zoals risico-inschatting, scenarioplanning, het herdenken van het businessplan, het balanceren tussen kostenbeheersing en creëren van toegevoegde waarde belangrijker worden. Maar zijn dit de elementen die besproken worden tijdens je talent review ?
De verklarende factor
Uiteraard is competentieontwikkeling noodzakelijk om door te groeien. Maar door de eenzijdige gerichtheid erop hebben we één belangrijke dimensie uit het oog verloren. Deze heeft te maken met het feit dat de manier waarop we omgaan met complexiteit evolueert doorheen de levensloop. Men noemt dit wel eens de mindset waarlangs je de realiteit bekijkt, interpreteert en oplossingen formuleert. Het is deze mindset die bepaalt hoe je je competenties inzet. Je kunt bij wijze van spreken een natuurlijke evolutie zien in de wijze waarop deze mindset evolueert en verantwoordelijk is voor de wijze waarop je met dilemma’s, met communicatie, met ethische kwesties, met verandering, met besluitvorming en dergelijke omgaat. De sleutel is hierbij dat naarmate je op een hoger bijdrageniveau succesvol wil functioneren, je de onderwerpen dient te bekijken vanuit een breder zicht op de realiteit, vanuit het vroegtijdiger kunnen duidden van ontluikende veranderingen, vanuit relaties tussen meerdere perspectieven en je ook ziet hoe je “grenzen” van de systeem waarin je werkt (dit kan een onmiddellijk team zijn, een divisie, een organisatie, een cultuur) kunt doorbreken. Het zicht op de realiteit op ‘Uitvoerend’ en ‘First line management’ niveau zal vooral vertrekken vanuit de onmiddellijke contacten met klanten, leveranciers, belangengroepen en onmiddellijke concurrenten. Het zicht op een ‘Directie’ niveau en hoger zal wellicht vertrekken vanuit een meer kaleidoscopisch zicht op geopolitieke veranderingen, marktstructuren, economische en technologische trends en dergelijke meer.
De klassieke Leadership Pipeline Het belang dat men aan de huidige prestatie hecht is begrijpelijk. Je kan moeilijk iemand die disfunctioneert gaan promoveren tot een hoger niveau. We staan er echter te weinig bij stil het complexiteitsniveau van de objectieven waarop een betrokkene beoordeeld wordt. Klantentevredenheid, veiligheid, kostenefficiëntie, met name de ‘single performance indicatoren’ gericht op efficientie, zijn belangrijke objectieven die op een lager niveau in de organisatie afgedekt moeten worden, maar niet in lijn liggen met de dynamieken waarmee men op een hoger niveau dient om te gaan. Op een middle management niveau zullen objectieven die te maken hebben met proceseigenaarschap doorheen de organisatie (‘end-to-end’) en effectiviteit veel doorslaggevender zijn. Zeer goed presteren in single performance objectieven, waar je kan uitgaan van een aanwezigheid van informatie en oplossingen, is geen voorspeller voor het goed presteren in meer complexe situaties die gekenmerkt worden door ambiguïteit, niet-transparantie, het kunnen bevragen van je uitgangshypothesen, en dergelijke meer. Bovendien gaat de aandacht bij het hanteren van deze ‘performance’ bril maar al te vaak naar het individu, en niet naar het systeem waarin het individu zit. Als de hoger functionerende manager in een ‘lagere’ mindset werkt, dan zal deze ook ‘minder complexe’ objectieven formuleren naar de ondergeschikte. Als deze laatste dan uitblinkt (beoordeling door dezelfde hogergeschikte) dan lopen we het risico dat we eigenlijk het ‘lage’ bijdrageniveau van de hogergeschikte ‘goed’ bevinden. Om het potentieel in te schatten doet men beroep op een variëteit van methodieken, waarbij het uitwisselen van persoonlijke inschattingen op managementniveau, 360° en gedragsassessments de belangrijkste zijn. De vraag die men hierbij stelt is of een betrokkene in staat is om één of twee niveaus te stijgen in de organisatie én op welke termijn. Deze dialogen zijn zinvol en hebben als bedoeling om de ontwikkelacties voor de betrokkene te concretiseren. Een concrete dialoog loopt dan vaak als volgt : “Ik ben er echt van overtuigd dat Mark naar Regionale Sales Directiefunctier kan evolueren. Kijk maar eens hoe succesvol hij de re-launch gedaan heeft van ons ‘Change’ product.” Dergelijke uitspraken worden dan vaak gevolgd door mompelingen van erkenning én “Ja, maar een heel grote blootstelling aan financiële risico’s was er niet bij. Bovendien heeft hij dit met een klein toegewijd team gerealiseerd. Kunnen we hem helpen om een beter zicht te krijgen op financiële instrumenten en zijn People skills nog wat meer bijschaven ?”. Als de obstakels te groot worden, dan is de kans groot dat de betrokkene niet als ‘potential’ wordt ingeschat. Deze discussielijn heeft echter niets te maken met het doorlichten van evoluties in het het bijdrageniveau van een betrokkene. Dit maakt dat er ook op de ‘potentieel-ax’ behoorlijk wat inschattingsfouten worden gemaakt. Een dialoog rond “bijdragen” zou gestructureerd zijn rond de vragen : “In welke mate vroeg de laatste opdracht van de betrokkene een bredere insteek dan de vorige?” , “welke was de aard van de (complexe) besluitvorming en hoe is deze geëvolueerd ten aanzien van de vorige?” , “welke is zijn juiste bijdrage aan het creëren van toegevoegde waarde naar de toekomst voor het bedrijf ?”.
Ik merk in mijn contacten met CEO’s dat de noodzaak om mensen te hebben die in tijden van crisis nieuwe wegen kunnen inslaan groter wordt. In bijdrageniveaus vertaalt zich dit in mensen die minimum een ‘mindset’ hebben die hen toelaat om de transitie te maken naar ‘Strategie creëren’. Voor deze mindset-analyse zijn inmiddels diverse tools en technieken beschikbaar (*). De methodieken laten toe om invulling van de bestaande successieplanningen kritisch door te lichten, de groeiopdrachten zeer gericht te herformuleren én de management developmentprogramma’s aan te passen aan de nieuwe noden.
Management Ontwikkelingsprogramma’s Er is waarschijnlijk wel een goede verklaring voor de focus op de ‘Admission’ competenties. Een zeer grote meerderheid van leidinggevenden heeft immers een expert en geen managerial profiel. Bij 54 % zijn de ‘People skills’ nagenoeg niet ontwikkeld. Gemiddeld worden ‘leidinggevenden’ ook zes jaar vroeger in hun posities gepromoveerd, vergeleken met enkele jaren terug. Een focus op de ‘basics’ is dus zeker nuttig, maar onvoldoende. Het valt op dat de ‘Level up’ competenties vooral samenhangen met de transitie van een First line naar een Second Line management. De bijdrage verschuift dan immers van het optimaliseren van dienstverlening naar het herdenken van werkwijzen, processen en systemen doorheen de organisatie. Dit laatste vereist dat men transversaal kan denken (‘front-to-end’), modellen kan bouwen om tot andere oplossingen te komen, schijnbare tegenstellingen tussen disiplines kan overbruggen door integratieve oplossingen en kan zien hoe spanningsvelden tussen verschillende verantwoordelijkheden (bv. het ‘ operationele’ en het ‘proceseigenaarschap’) op elkaar kunnen afgestemd worden. Heel veel management development programma’s (soms in samenwerking met zeer gereputeerde management scholen) doden echter de cognitieve ontwikkeling. Vanaf het moment dat “Best Practices” naar voor worden gebracht als een geheel van werkwijzen die succes garanderen, wordt de illusie gewekt dat deze veralgemeenbaar van toepassing zijn. Het denken in termen van scenario’s, parallelle aanpakken, meerdere waarheden, waarbij je ervan kan uitgaan van de verwachting dat de toekomst er anders zal uitzien zal het succes op de hogerliggende niveaus bepalen. Management Development Programma’s dienen dan ook afgestemd zijn op de cognitieve ontwikkeling van de deelnemers en deze ontwikkeling ondersteunen. De Mind-Brain-Education aan Harvard is hiervan een voorbeeld. In België komt de MBA opleiding aan Flanders Business School als enige in de buurt van het hoogstaande Harvard programma.
Je Leadership Pipeline in tijden van crisis Als HR verantwoordelijke kun je het met behulp van de capabiliteitsbenadering wellicht beter doen dan de 30 % mispromoties waarmee we deze blogbijdrage starten én een wezenlijke bijdrage leveren in het identificeren van deze betrokkenen die voor je bedrijf een wezenlijk verschil kunnen uitmaken !
(*) Connect & Transform specialiseert zich in het herdenken en effectiever maken van Leadership Pipelines. Voor de inschatting van 'mindsets' hanteert ze de methodieken van E. Jaques (1996), G. Stamp (2000) en O. Laske (2009). |